Archief van
Categorie: Kalender

Chanoeka

Chanoeka

Dit jaar duurt Chanoeka van 3 tot en met 10 december 2018.

Chanoeka is een joods feest, ook bekend als het lichtfeest of toewijdingsfeest. Het verhaal van Chanoeka staat opgetekend in de boeken 1 Maccabeeën en 2 Maccabeeën. Deze boeken maken niet deel uit van Tenach, maar zijn onderdeel van de apocriefen.

Op het Chanoeka wordt herdacht hoe de joden in de tweede eeuw voor de gewone jaartelling zich wisten te ontworstelen aan de onderdrukking door de koning van Syrië. De tempel werd weer ingewijd en een wonder gebeurde, doordat de tempelkandelaar acht dagen lang brandde op een kruikje olie, genoeg voor één dag. Thuis wordt acht dagen lang een lichtje aangestoken, elke dag eentje meer. Terwijl thuis de chanoekia voor het raam staat te stralen, worden in het gezin spelletjes gespeeld, speciale gerechten gegeten en cadeautjes uitgepakt.

Chanoeka was ingesteld door Judah Maccabeüs en zijn broers in het jaar 165 voor Christus; om jaarlijks met vreugde gevierd te worden ter herdenking van de toewijding aan het altaar in de tempel van Jeruzalem. Na Jeruzalem en de tempel te hebben hersteld, gaf Judah het bevel de tempel te reinigen, een nieuw altaar in plaats van de verontreinigde te bouwen, en nieuwe heilige bekers te vervaardigen. Toen het vuur opnieuw op het altaar werd aangestoken, en de lampen op de kandelaar weer brandden, werd de toewijding aan het altaar gedurende acht dagen gevierd, onder het brengen van offers en het zingen van liederen.

In de Talmoed wordt het wonder van Chanoeka genoemd, dat niet in de Maccabeeën wordt genoemd. Het feest markeert de overwinning op de legers van de Seleucieden, die hadden geprobeerd het volk Israël te weerhouden het jodendom uit te oefenen. Judah Maccabeüs en zijn broers vernietigden de overweldigende strijdkrachten, en wijdden de tempel opnieuw in. Kenmerkend voor het feest is, dat een speciaal soort kandelaar tijdens dit feest wordt aangestoken. Deze kandelaar heet de chanoekia, en moet vooral niet worden verward met de menora, die ook minder armen heeft.

Volgens de legende in de Talmoed, gingen de Maccabeeën de tempel binnen nadat zij de bezetters uit de tempel hadden verjaagd, om de afgodenbeelden te verwijderen en de tempel te herstellen. Zij ontdekten, dat de meeste rituele voorwerpen ontwijd waren. Daarop zochten zij ritueel gezuiverde olijfolie om de menora aan te steken en de tempel te herstellen, maar vonden slechts genoeg olie voor een enkele dag. Zij staken dit evengoed aan, en gingen verder meer olijfolie te persen en zuiveren. Op een miraculeuze wijze bleef deze kleine hoeveelheid olie acht dagen lang branden, tot er nieuwe olie geperst en gezuiverd kon worden. Om deze reden steken joden een kaars extra aan, iedere nacht van het feest.

In de Talmoed worden twee gebruiken beschreven. Het was gebruikelijk om acht lampen op de eerste nacht van het feest te laten schijnen, en het aantal met een te reduceren bij iedere nacht. Een ander gebruik was, om op de eerste nacht met een brandende lamp te beginnen, en iedere nacht een extra aan te steken tot er acht brandden, op de achtste nacht. Het eerste gebruik werd door de volgers van Sjammaj gevolgd, het laatste door die van Hillel. Volgens Josephus stonden de lichten symbool voor de vrijheid die de joden verkregen.